Donderdagmiddag om 14.00 gaat mijn telefoon, ik neem op en hoor heel even niets aan de andere kant. Net als ik mijn naam nog eens wil zeggen, hoor ik een diepe zucht en een zachte stem stelt zich voor: ik weet het niet zo goed meer. We lopen thuis al langer tegen het gedrag van mijn kind aan, in gesprekken met school bleek er ook zorg te zijn en nu heeft de juf aangegeven dat mijn kind alleen maar naast zijn viendje wil zitten en anders heel erg verdrietig is, echt hartverscheurend verdrietig. Mijn kind is een lief en verlegen kind, het heeft altijd moeite om sociaal te zijn. Het heeft 1 vriendje op school en als dat kind met een ander wil spelen, is mijn kind ontroostbaar. Contacten leggen op de sportclub lukt ook niet echt en we helpen echt met tips en adviezen.

Twee weken later verschijnt moeder in mijn praktijk, strak gevolgd door twee benen en een lijf wat tegen moeder aangedrukt is, het gezichtje kan ik niet zien, het zit diep verstopt in moeders jas. Via het intakeformulier weet ik al wat over het verloop van de zwangerschap en de geboorte. Moeder stelt zich voor en probeert zich los te maken van haar kind, het levert enkel geworstel op en ik voel de spanning bij beiden stijgen. “Laat het maar even zo”, zeg ik tegen haar, “het is te spannend en dat geeft niet.” Ik zie de twee benen een beetje ontspannen.

Ik begin het gesprek zoals ik altijd doe en vertel dat we het geboorteverhaal door gaan nemen,” het was een pittig verhaal wat jullie samen meemaakten.” En opeens verschijnen er twee prachtige blauwe ogen. “Hoi, ik ben Simone”, zeg ik. Schoorvoetend krijg ik de naam te horen van de eigenaar van de blauwe ogen. Ondertussen hebben die ogen de playmobile al gespot en krijgt moeder de vraag of daarmee gespeeld mag worden. “Ja hoor, dat mag.” En een knikje komt mijn kant op. Samen met moeder neem ik het geboorteverhaal door, moeder vertelt dat ze zelf ook verlegen was vroeger, ik vraag haar hoe ze het ervaren heeft dat haar gedrag zo genoemd werd. Ze geeft aan dat ze zichzelf niet verlegen vindt maar dat ze snel een ander aanvoelt, dat vond ze eng want wat ze voelde, klopte vaak niet met wat ze zag. Thuis werd het snel afgedaan en zo ging ze zich verlegen gedragen.

Opeens vertelt moeder dat ze met 8 weken zwangerschap een bloeding heeft gehad, of dat ook van invloed is geweest en in mijn ooghoek gebeurt iets wonderlijks, twee kleine poppetjes worden samen in een bedje gelegd met de woorden:”zo, jullie horen bij elkaar.” Ik wijs moeder stilletjes op dit spel en moeder schiet vol, ze snapt direct wat er gebeurt en zegt: “ik wist het, er waren er twee. Ik heb weer mijn gevoel niet gevolgd, het werd afgedaan door mijn moeder en door de verloskundige: je bent nog zwanger, er is niks aan de hand maar ik wist het.” Haar kind wrijft met een vinger een traan weg. Dit is het juiste moment voor stilte……….

Opeens beginnen de blauwe ogen mij strak aan te kijken. Wat nou, verlegen, ze kijken dwars door mij heen. Ik besluit naar het vriendje te vragen. Het antwoord is logisch: “ik wil maar 1 vriendje en niet zoveel als papa en mama zeggen, ik wil ook niet naast andere kinderen zitten, ik vind alleen mijn vriendje maar lief, die is de allerbeste. Juf wordt echt heel boos als ik niet wil en ik durf niet te zeggen waarom, ze noemt mij verlegen. Heet dat zo als je maar 1 vriendje wil hebben?” Ik leg uit wat verlegen is en dat dat niet per se hoort bij maar 1 vriendje willen hebben. Ik wijs op de tweeling in het bedje: “ik snap het wel, jij was eerst samen met een broertje of zusje maar die kon niet blijven. Eigenlijk wil je dat weer een beetje terug, klopt dat?” De blauwe ogen gaan dicht: “ik had een broertje, ik zou zo graag een keertje samen met hem spelen, waarom is hij weggegaan?” Samen met moeder leg ik uit dat kindjes dit soms doen omdat ze eigenlijk ziek zijn of nog niet geboren willen worden en dat het heel verdrietig is voor de ander die achter blijft. Een diepe zucht volgt ( die zucht herken ik, ook moeder slaakte een zucht toen ze mijn stem hoorde aan de telefoon) Gezien, gehoord en begrepen worden, dat is wat elk mens nodig heeft.

“Zie je het patroon?”vraag ik aan moeder. “Ook jouw kind is niet per definitie verlegen maar voelt net als jij veel meer aan dan wat een ander wellicht uitspreekt. Dat is eng maar pas als het niet mag of als het niet begrepen wordt.” De tranen rollen alweer over moeders gezicht als haar kind zegt: “mam, als ik nu eens goed mijn broertje voel, dan voel ik mij niet meer alleen.”

Twee weken later gaat mijn telefoon weer, geen zucht maar een opgewekte moeder aan de lijn: Haar kind heeft nog steeds dat ene vriendje maar claimt het minder waardoor beide kinderen meer lucht ervaren, als er niet gespeeld kan worden, zijn er geen ontroostbare middagen meer en het contact met de andere kinderen in de klas is verbetert. Dat had zelfs juf niet verwacht.

Thuis hebben ze, na de geboortesessie, het geboorteboek opgezocht en een mooi kaartje erbij geplakt voor het broertje. Een klein gebaar maar zo’n invloed op het hele gezin. Ze zijn met vier ipv drie.

De wijze woorden van de prachtige blauwe ogen: nu hoort mijn broertje er voor altijd bij en als ik dan een beetje bang ben voor anderen, dan helpt hij mij gewoon.

Het is en blijft magisch hoe goed kinderen weten wat hen is overkomen!